VOORWOORD
Dames en heren, beste collega's,
Wij bieden u hierbij een geconsolideerde elektronische uitgave aan van de rechtshandelingen die van wezenlijk belang zijn voor iedere advocaat en aspirant-advocaat: de Ethische Code voor Advocaten en het Reglement voor de uitoefening van het beroep. Dat doen wij niet zonder reden. In 2022 heeft de Buitengewone Nationale Vergadering van Advocaten een wijziging van de Ethische Code vastgesteld, waarna de Nationale Raad van Advocaten een gewijzigd Reglement voor de uitoefening van het beroep heeft vastgesteld. De wijzigingen, die op 1 januari 2023 in werking zijn getreden, zullen helpen verdere dilemma's op te lossen die uit de beroepspraktijk op de hedendaagse markt voor juridische diensten voortvloeien.
De voornaamste wijzigingen van de Ethische Code betreffen:
- het informeren over de uitoefening van het beroep en het werven van cliënten, door de regels aan te passen aan het recht van de Europese Unie. Daardoor is iedere vorm van promotie mogelijk, binnen de grenzen die worden gesteld door de wet, de goede zeden en de fundamentele beroepswaarden en beginselen van de beroepsethiek: onafhankelijkheid, beroepsgeheim, belangenconflicten, de waardigheid van het beroep, eerlijkheid en professionele zorgvuldigheid;
- regels voor samenwerking met derden bij het informeren over de uitoefening van het beroep en het werven van cliënten, alsmede bij het verrichten van gereguleerde en niet-gereguleerde juridische activiteiten, wanneer die samenwerking niet waarborgt dat juridische diensten overeenkomstig de wet worden verleend of samenwerkingsmodellen introduceert die risico's scheppen voor de uitoefening van het beroep overeenkomstig de geldende regels en beroepsethiek. Daaronder valt ook het herstel van het verbod om vergoedingen voor rechtsbijstand te delen met personen die niet aan die bijstand hebben deelgenomen, teneinde afnemers van diensten beter te beschermen tegen onbevoegde inmenging in het terrein van de rechtsbijstand dat is voorbehouden aan gereglementeerde juridische beroepen, het algemeen belang, met inbegrip van de rechtspleging, te beschermen tegen buitensporige en ongegronde vorderingen en oneerlijke marktpraktijken te voorkomen;
- regels inzake niet-toelaatbare activiteiten, dat wil zeggen activiteiten die fundamentele waarden en beginselen van de beroepsethiek schenden, door de criteria voor de beoordeling van de toelaatbaarheid ervan te wijzigen en regels in te voeren voor de verrichting ervan wanneer zij wel toelaatbaar zijn, alsmede voor activiteiten die met rechtsbijstand kunnen worden gecombineerd omdat zij daarmee rechtstreeks samenhangen of daaraan ondergeschikt zijn;
- verduidelijking van wat onder een belangenconflict wordt verstaan, invoering van procedurele regels voor het beheer van belangenconflicten en herstel van de regel dat belangenconflicten worden toegerekend binnen structuren waarin meerdere personen het beroep uitoefenen;
- regels voor beroepsactiviteiten binnen een kapitaalgroep in het belang van die kapitaalgroep, met inbegrip van haar leden;
- verduidelijking van de plicht om rechtstreeks een overeenkomst met de cliënt te sluiten, teneinde het vertrouwen in de relatie met de advocaat te versterken en te voorkomen dat derden op een wijze die strijdig is met de wet, de regels voor de beroepsuitoefening en de beroepsethiek in die relatie binnentreden;
- wijzigingen van de norm voor kritische uitlatingen of beroepsmatige oordelen over andere advocaten, met inachtneming van de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting en de voorwaarden voor de uitoefening van het recht op beroepskritiek.
Het was eveneens van belang de regelgevende materie te ordenen door bepalingen uit de Ethische Code die technische kwesties betroffen en nauwer verbonden waren met de regels voor de beroepsuitoefening dan met de beroepsethiek, naar het Reglement voor de uitoefening van het beroep over te brengen. Zij zijn daarom opgenomen in dat Reglement, dat de Nationale Raad van Advocaten in december 2022 heeft gewijzigd.
Bij de Nationale Raad van Advocaten zijn wij tot de conclusie gekomen dat, nu het grootste deel van het werk van advocaten achter een computermonitor wordt verricht en onze bibliotheek steeds vaker groeit in mappen op een harde schijf dan op boekenplanken, deze vorm van beide instrumenten eenvoudigweg handig en gebruiksvriendelijker zou zijn. Wij hebben gezorgd voor een duidelijke vormgeving en een overzichtelijke bestandsstructuur. Ik hoop dat dit het lezen zal vergemakkelijken en u ertoe zal aanzetten deze documenten te raadplegen wanneer dat nodig is.
Ethische regels leggen de grondslagen van ons beroep vast en maken het tot wat het behoort te zijn: een beroep van openbaar vertrouwen, verbonden met het grote voorrecht mensen in nood te ondersteunen en de grote plicht om eerlijk, zorgvuldig en betrokken te zijn. De omgeving waarin wij werken maakt het nakomen van deze verplichtingen niet altijd gemakkelijker, maar kan nooit een excuus worden. De Code en het Reglement bepalen het DNA van het beroep van advocaat en zijn tegelijk zeer praktische voorschriften. Wij mogen ze daarom niet behandelen als in steen gehouwen theoretische regels. Wij moeten ze veeleer zien als een leidraad voor het dagelijks leven en het actuele werk. Ik beveel dit ten zeerste aan, want het onthouden, begrijpen en toepassen van deze regels geeft ons, advocaten, een kwaliteitsgarantie en geeft onze cliënten zekerheid en vertrouwen in uitstekende zorg.
Ik wens u een blijvend inspirerende lectuur toe.
Włodzimierz Chróścik
Voorzitter van de Nationale Raad van Advocaten
BESLUIT NR. 124/XI/2022 — VAN DE NATIONALE RAAD VAN ADVOCATEN
van 3 december 2022
inzake het Reglement voor de uitoefening van het beroep van advocaat
Gelet op artikel 60, punt 8, onder f), van de wet van 6 juli 1982 inzake advocaten (Staatsblad van 2022, pos. 1166), wordt het volgende vastgesteld:
§ 1.
Het Reglement voor de uitoefening van het beroep van advocaat, in de tekst die als bijlage bij dit besluit is opgenomen, wordt vastgesteld.
§ 2.
Besluit nr. 94/IX/2015 van de Nationale Raad van Advocaten van 13 juni 2015 inzake het Reglement voor de uitoefening van het beroep van advocaat wordt ingetrokken.
§ 3.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023.
Voorzitter van de Nationale Raad van Advocaten
(-) Włodzimierz Chróścik
Vicevoorzitter van de Nationale Raad van Advocaten
(-) Zbigniew Tur
BESLUIT NR. 884/XI/2023 — VAN HET PRESIDIUM VAN DE NATIONALE RAAD VAN ADVOCATEN
van 7 februari 2023
inzake de bekendmaking van de geconsolideerde tekst van de Ethische Code voor Advocaten
Gelet op § 59a van het Reglement betreffende de werkzaamheden van het zelfbestuur van advocaten en zijn organen, dat als bijlage is gevoegd bij Besluit nr. 34/VII/2008 van de Nationale Raad van Advocaten van 26 september 2008 inzake de vaststelling van dat Reglement, wordt het volgende vastgesteld:
§ 1.
Het Presidium van de Nationale Raad van Advocaten maakt in de bijlage bij dit besluit de geconsolideerde tekst bekend van de Ethische Code voor Advocaten, die als bijlage is gevoegd bij Besluit nr. 3/2014 van de Buitengewone Nationale Vergadering van Advocaten van 22 november 2014 inzake de Ethische Code voor Advocaten, met inachtneming van de wijzigingen die zijn ingevoerd bij Besluit nr. 1/2022 van de Nationale Vergadering van Advocaten van 8 juli 2022 inzake de wijziging van de Ethische Code voor Advocaten.
§ 2.
Dit besluit treedt in werking op de datum van vaststelling.
Voorzitter van de Nationale Raad van Advocaten Secretaris van de Nationale Raad van Advocaten
(-) Włodzimierz Chróścik (-) Agnieszka Gajewska-Zabój
BIJLAGE BIJ BESLUIT NR. 884/XI/2023 — VAN HET PRESIDIUM VAN DE NATIONALE RAAD VAN ADVOCATEN
van 7 februari 2023
ETHISCHE CODE VOOR ADVOCATEN — (GECONSOLIDEERDE TEKST)
Een advocaat die zelfstandig en onafhankelijk een beroep van openbaar vertrouwen uitoefent, dient het welzijn van de personen wier rechten en vrijheden hem ter bescherming zijn toevertrouwd. Hij vervult een maatschappelijke opdracht met eerbiediging van zijn verplichtingen jegens de democratische samenleving, het beroep van advocaat en de rechtspleging. Het beroep van advocaat, dat wordt beschermd door de Grondwet van de Republiek Polen en is georganiseerd op basis van zelfbestuur, vormt een van de waarborgen voor de rechtsstaat. Het is een beroep dat de idealen en ethische plichten bij de uitoefening ervan eerbiedigt en daardoor bijdraagt aan een waardige en eerlijke verlening van rechtsbijstand.
DEEL I — ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.
De bepalingen van de Ethische Code voor Advocaten, hierna „de Code” genoemd, zijn van toepassing op advocaten en, waar passend, op aspirant-advocaten, alsmede, voor zover afzonderlijke bepalingen dit aangeven, op buitenlandse juristen die in de Republiek Polen rechtsbijstand verlenen binnen een bereik dat overeenkomt met de beroepshandelingen van een advocaat.
Artikel 2.
1. Een advocaat die tijdelijk of blijvend rechtsbijstand in het buitenland verleent, leeft de bepalingen van de Code en de in de ontvangende staat geldende regels van beroepsethiek na, tenzij het recht dat in die staat van kracht is anders bepaalt.
2. Vervallen.
Artikel 3.
1. Schending van de bepalingen van de Code vormt een grond voor tuchtrechtelijke aansprakelijkheid.
2. Een advocaat of aspirant-advocaat kan niet tuchtrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor een handeling die is verricht vóór de inschrijving op de lijst van advocaten of op de lijst van aspirant-advocaten, behoudens lid 3.
3. Een advocaat is ook tuchtrechtelijk aansprakelijk voor een handeling die is verricht na zijn inschrijving op de lijst van aspirant-advocaten.
Artikel 4.
Bij de verrichting van beroepshandelingen gebruikt een advocaat uitsluitend de beroepstitel „radca prawny” (advocaat). Dit beperkt niet het recht om een behaalde academische graad of titel te voeren.
Artikel 5.
Telkens wanneer in de Code wordt gesproken over:
1) de Wet inzake advocaten: de wet van 6 juli 1982 inzake advocaten;
2) vervallen;
3) vervallen;
4) een cliënt: iedere persoon ten behoeve van wie een advocaat rechtsbijstand verleent;
5) een kantoor: iedere organisatorische en juridische vorm van uitoefening van het beroep van advocaat waarin de Wet inzake advocaten voorziet;
6) een persoon met wie een advocaat op grond van de wet gezamenlijk het beroep mag uitoefenen: een persoon die krachtens de Wet inzake advocaten vennoot mag zijn in een vennootschap waarin een advocaat het beroep uitoefent;
7) een naaste: een persoon als bedoeld in artikel 115 § 11 van het Wetboek van Strafrecht;
8) vervallen;
9) toestemming van de cliënt: een verklaring van de cliënt waarmee deze een bepaalde handeling of nalatigheid van de advocaat tijdens de verlening van rechtsbijstand aanvaardt, afgelegd nadat de cliënt is geïnformeerd over de omstandigheden die de kern van die handeling of nalatigheid vormen, de gevolgen daarvan, de daarmee verbonden risico's en de alternatieve handelingen die door die toestemming mogelijk worden gemaakt of uitgesloten.
DEEL II
FUNDAMENTELE REGELS VOOR DE BEROEPSUITOEFENING EN ETHISCHE WAARDEN EN PLICHTEN VAN DE RECHTSADVISEUR
Artikel 6.
Met inachtneming van de tekst van de in de Wet inzake advocaten bepaalde beroepseed verricht een advocaat zijn beroepshandelingen zorgvuldig en eerlijk, overeenkomstig de wet, de regels van beroepsethiek en de goede zeden.
Artikel 7.
1. Onafhankelijkheid bij de uitoefening van het beroep van advocaat is een waarborg voor de bescherming van burgerrechten en vrijheden, de democratische rechtsstaat en de goede werking van de rechtspleging.
2. Bij de verrichting van beroepshandelingen behoort een advocaat vrij te zijn van iedere invloed die voortvloeit uit persoonlijke belangen, druk van buitenaf en inmenging van welke zijde of om welke reden dan ook. Door wie dan ook gegeven instructies, suggesties of aanwijzingen die de onafhankelijkheid beperken, mogen geen invloed hebben op het door hem in een zaak ingenomen standpunt.
3. Een advocaat mag de regels van beroepsethiek niet schenden en zijn beroepsplichten niet onjuist vervullen om te voldoen aan de verwachtingen van een cliënt of derden.
Artikel 8.
Bij het verlenen van rechtsbijstand handelt een advocaat loyaal en laat hij zich ter bescherming van de rechten van de cliënt leiden door het belang van de cliënt.
Artikel 9.
De naleving van het beroepsgeheim is zowel een recht als een plicht van een advocaat. Zij vormt de grondslag van het vertrouwen van de cliënt en een waarborg voor rechten en vrijheden.
Artikel 10.
1. De plicht van een advocaat om belangenconflicten te vermijden strekt ertoe onafhankelijkheid, naleving van het beroepsgeheim en loyaliteit jegens de cliënt te waarborgen.
2. Er is sprake van een belangenconflict in de gevallen bedoeld in de artikelen 26 tot en met 30.
Artikel 11.
1. Een advocaat waakt over de waardigheid van het beroep niet alleen bij de verrichting van beroepshandelingen, maar ook in zijn openbare activiteiten en privéleven.
2. In het bijzonder vormt gedrag dat een advocaat in de openbare opinie in diskrediet zou kunnen brengen of het vertrouwen in het beroep van advocaat zou kunnen ondermijnen, een aantasting van de waardigheid van het beroep.
Artikel 12.
1. Een advocaat verricht zijn beroepshandelingen gewetensvol en met de zorgvuldigheid die past bij het professionele karakter ervan.
2. Een advocaat mag een zaak niet aanvaarden wanneer hij niet over voldoende kennis of ervaring beschikt. Hij mag de zaak evenwel aanvaarden indien hij zich verzekert van samenwerking met een advocaat, advocaat of andere persoon met passende kennis of ervaring met wie hij op grond van de wet gezamenlijk het beroep mag uitoefenen.
3. Bij het verlenen van rechtsbijstand behandelt een advocaat alle cliënten met respect, betracht hij gematigdheid en tact in zijn uitlatingen en terughoudendheid bij het tonen van een persoonlijke houding jegens partijen en deelnemers aan een procedure, de rechter of de instantie waarvoor hij optreedt.
Artikel 13.
Advocaten dragen verantwoordelijkheid voor het zelfbestuur van advocaten en laten zich in hun onderlinge relaties leiden door de beginselen van collegialiteit.
Artikel 14.
1. Een advocaat heeft de plicht zorg te dragen voor zijn professionele ontwikkeling.
2. Een advocaat vervult de verplichting tot permanente beroepsontwikkeling onder de voorwaarden die door het bevoegde orgaan van het beroepszelfbestuur zijn vastgesteld.
DEEL III — UITOEFENING VAN HET BEROEP
Hoofdstuk 1
Beroepsgeheim
Artikel 15.
1. Een advocaat houdt alle informatie over een cliënt en diens zaken geheim die door de cliënt aan hem is verstrekt of die hij op enige andere wijze heeft verkregen in verband met de verrichting van beroepshandelingen, ongeacht de bron van die informatie en de vorm of wijze waarop zij is vastgelegd (beroepsgeheim).
2. Het beroepsgeheim omvat tevens alle door een advocaat opgestelde documenten en de correspondentie tussen de advocaat en de cliënt en personen die betrokken zijn bij de behandeling van de zaak, voor zover die zijn opgesteld voor doeleinden die verband houden met het verlenen van rechtsbijstand.
3. Het beroepsgeheim omvat ook informatie die aan een advocaat is verstrekt voordat hij beroepshandelingen heeft verricht, wanneer uit de omstandigheden blijkt dat die informatie is verstrekt ten behoeve van rechtsbijstand en dit gerechtvaardigd werd door de verwachting dat de advocaat die bijstand zou verlenen.
Artikel 16.
De naleving van het beroepsgeheim omvat niet alleen een verbod op het openbaar maken van de in artikel 15 bedoelde informatie en documenten, maar ook een verbod deze voor eigen belang of voor het belang van een andere persoon te gebruiken, tenzij de wet of de Code anders bepaalt.
Artikel 17.
De verplichting tot geheimhouding van het beroepsgeheim mag niet in de tijd worden beperkt en blijft bestaan na beëindiging van de beroepsuitoefening.
Artikel 18.
Een advocaat verlangt dat bij een doorzoeking die tot openbaarmaking van het beroepsgeheim zou kunnen leiden, een vertegenwoordiger van het beroepszelfbestuur aanwezig is.
Artikel 19.
1. Een advocaat neemt alle bij wet voorziene maatregelen om een bij wettelijke bepalingen toegestane ontheffing van de plicht tot naleving van het beroepsgeheim te voorkomen of te beperken.
2. Indien hij van de plicht tot naleving van het beroepsgeheim wordt ontheven, stelt een advocaat onverwijld de raad van de bevoegde Regionale Kamer van Advocaten daarvan in kennis en neemt hij alle bij wet voorziene maatregelen om de openbaarheid van de procedure of van afzonderlijke handelingen betreffende informatie die onder het beroepsgeheim valt, uit te sluiten.
Artikel 20.
Een advocaat mag niet verzoeken om een advocaat of een andere persoon met wie hij op grond van de wet gezamenlijk het beroep mag uitoefenen, als getuige te horen ter vaststelling van omstandigheden die onder hun plicht tot beroepsgeheim vallen.
Artikel 21.
Een advocaat houdt, ook tegenover gerechten en andere instanties, het verloop en de inhoud geheim van onderhandelingen die zijn gevoerd ter minnelijke regeling van een zaak wanneer hij daaraan heeft deelgenomen. De in de eerste zin bedoelde verplichting geldt ook voor andere advocaten die namens dezelfde entiteit optreden, ook indien zij niet aan die onderhandelingen hebben deelgenomen.
Artikel 22.
Vervallen.
Artikel 23.
Een advocaat beveiligt alle informatie die onder het beroepsgeheim valt tegen onbevoegde openbaarmaking.
Artikel 24.
Wanneer een advocaat op verzoek van de cliënt bij de bevoegde instanties aangifte doet van een vermoeden van een door de wet verboden handeling die in verband met de verlening van rechtsbijstand aan het licht is gekomen, vermeldt hij uitdrukkelijk dat hij deze aangifte in naam en krachtens machtiging van de cliënt doet.
Hoofdstuk 2
Niet-toelaatbare activiteiten en belangenconflicten
Artikel 25.
1. Een advocaat mag geen activiteiten verrichten of op enigerlei wijze deelnemen aan activiteiten die zijn onafhankelijkheid zouden beperken, de waardigheid van het beroep zouden aantasten, een risico voor het beroepsgeheim zouden scheppen of tot een belangenconflict zouden leiden.
2. Onder voorbehoud van lid 1 mag een advocaat bij de uitoefening van het beroep activiteiten verrichten die rechtstreeks met het beroep samenhangen of ondergeschikt zijn aan de verlening van rechtsbijstand als hoofdprestatie.
3. Een activiteit van een advocaat, in het bijzonder een beroeps- of bedrijfsactiviteit, die niet bestaat uit het verlenen van rechtsbijstand of daarmee niet rechtstreeks samenhangt, mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van lid 1 en behoort duidelijk gescheiden te zijn van de uitoefening van het beroep van advocaat.
Artikel 25a.
1. Een advocaat mag niet buiten medeweten van de cliënt deelnemen aan of derden bijstaan bij het met winstoogmerk verlenen van rechtsbijstand, in het bijzonder als persoon die zijn naam leent, stille vennoot of hulpverlener.
2. Een advocaat mag in geen enkele vorm, hoedanigheid of op enige wijze deelnemen aan of bijstand verlenen bij het verlenen van rechtsbijstand of het verrichten van gereglementeerde juridische activiteiten door onbevoegde entiteiten. Onder onbevoegde entiteiten worden verstaan personen of entiteiten die rechtsbijstand verlenen in strijd met de regels over de vormen van uitoefening van het beroep van advocaat, in het bijzonder kapitaalvennootschappen of andere personen die niet bevoegd zijn rechtsbijstand te verlenen.
3. Een advocaat mag afnemers van door derden, met inbegrip van onbevoegde entiteiten, verleende diensten niet misleiden over het karakter of de werkelijke herkomst daarvan.
Artikel 26.
1. Een advocaat mag geen rechtsbijstand verlenen wanneer de verrichting van beroepshandelingen het beroepsgeheim zou schenden of een aanzienlijk risico op schending daarvan zou scheppen, zijn onafhankelijkheid zou beperken of een aanzienlijk risico op schending daarvan zou scheppen, of wanneer zijn kennis van de zaken van een andere cliënt of van personen voor wie hij eerder beroepshandelingen heeft verricht, de cliënt een ongerechtvaardigd voordeel zou verschaffen.
2. Vervallen.
3. Vervallen.
Artikel 26a.
1. Een advocaat onthoudt zich wegens een belangenconflict of een aanzienlijk risico daarop van beroepshandelingen in een zaak wanneer hij het beroep gezamenlijk uitoefent in een kantoor met andere advocaten of personen met wie het beroep krachtens de wet gezamenlijk mag worden uitgeoefend, en een van hen zich in een belangenconflictsituatie bevindt.
2. In het in lid 1 bedoelde geval mag een advocaat uitsluitend rechtsbijstand verlenen met toestemming van de cliënt of van de persoon voor wie hij eerder beroepshandelingen heeft verricht, en wanneer de in het kantoor getroffen organisatorische en technische maatregelen de bescherming van het beroepsgeheim waarborgen en de kennis van de advocaat over zaken van een andere cliënt of personen voor wie eerder beroepshandelingen zijn verricht, geen ongerechtvaardigd voordeel oplevert. Deze mogelijkheid is uitgesloten in de situaties bedoeld in artikel 28, lid 2.
Artikel 27.
Een advocaat mag geen rechtsbijstand verlenen indien:
1) hij in de zaak heeft deelgenomen als vertegenwoordiger van een openbaar gezagsorgaan of als persoon die een openbaar ambt bekleedt, dan wel als arbiter, mediator of deskundige;
2) hij eerder als getuige over de omstandigheden van de zaak heeft verklaard;
3) een naaste of een persoon die om welke reden dan ook van de advocaat afhankelijk is, heeft deelgenomen of deelneemt aan de beslissing in de zaak;
4) de zaak een advocaat, advocaat of andere persoon betreft met wie de advocaat op grond van de wet gezamenlijk het beroep mag uitoefenen, indien zij tegelijk beroepshandelingen verrichten voor dezelfde cliënt;
5) hij in een nauwe relatie stond of staat tot de wederpartij van zijn cliënt of tot een persoon die belang heeft bij een voor de cliënt nadelige beslissing;
6) een naaste van de advocaat de raadsman van de wederpartij is of in deze zaak andere rechtsbijstand aan die partij heeft verleend.
Artikel 28.
1. Een advocaat mag niet als raadsman in strafzaken of vertegenwoordiger van cliënten optreden wanneer hun belangen in dezelfde of een daarmee samenhangende zaak tegenstrijdig zijn.
2. Een advocaat mag niet als raadsman in strafzaken of vertegenwoordiger van een cliënt optreden indien de wederpartij van de cliënt ook zijn cliënt is in welke zaak dan ook.
3. Een advocaat mag niet als raadsman in strafzaken of vertegenwoordiger optreden voor een cliënt wiens belangen in dezelfde of een daarmee samenhangende zaak tegenstrijdig zijn met de belangen van personen voor wie de advocaat eerder beroepshandelingen heeft verricht.
Artikel 29.
1. Een advocaat mag geen advies geven aan:
1) een cliënt wiens belangen in dezelfde of een daarmee samenhangende zaak strijdig zijn met de belangen van een andere cliënt;
2) een cliënt wanneer diens belangen in dezelfde of een daarmee samenhangende zaak strijdig zijn met de belangen van een persoon voor wie de advocaat eerder beroepshandelingen heeft verricht.
2. De in lid 1 bedoelde adviesverboden zijn niet van toepassing wanneer de cliënt of cliënten en de personen voor wie de advocaat eerder beroepshandelingen heeft verricht, met zodanig handelen hebben ingestemd. Een advocaat mag die toestemming echter niet verkrijgen indien hij ten minste voor een van hen raadsman in een strafzaak is of is geweest.
3. Vervallen.
Artikel 30.
1. Een advocaat mag geen rechtsbijstand verlenen aan een cliënt wanneer in een bepaalde zaak of daarmee samenhangende zaak tussen de cliënt en de advocaat of een naaste van de advocaat een belangenconflict of een aanzienlijk risico daarop bestaat.
2. Een overeenkomst tussen een advocaat en een cliënt die geen betrekking heeft op het verlenen van rechtsbijstand of niet in het kader van de gewone activiteiten van de cliënt wordt gesloten, behoort te worden voorafgegaan door informatie over de wezenlijke elementen ervan, zodat de cliënt de gelegenheid heeft advies van een andere jurist in te winnen.
Artikel 30a.
1. Vóór hij in een bepaalde zaak rechtsbijstand begint te verlenen, onderzoekt een advocaat of er een belangenconflict bestaat en weigert hij, indien dit wordt vastgesteld, die bijstand te verlenen.
2. Indien tijdens de verlening van rechtsbijstand in een bepaalde zaak een belangenconflict aan het licht komt, trekt de advocaat zich uit de bijstand terug, in het bijzonder door de volmacht voor alle door het belangenconflict getroffen cliënten op te zeggen.
3. De plicht belangenconflicten te vermijden geldt ook voor een advocaat die een substitutievolmacht aanvaardt.
Hoofdstuk 3
Informatie over de uitoefening van het beroep en cliëntenwerving
Artikel 31.
1. Het verstrekken van informatie over de uitoefening van het beroep is een recht van een advocaat.
2. Informatie over de uitoefening van het beroep is communicatie die is bedoeld om een advocaat, zijn imago, de uitoefening van het beroep of zijn kantoor rechtstreeks of middellijk te bevorderen, ongeacht de inhoud, vorm of het communicatiemiddel ervan. Daartoe behoren niet eenvoudige en verifieerbare gegevens die geen promotiedoeleinden dienen en die:
1) rechtstreeks contact met een advocaat of kantoor mogelijk maken, in het bijzonder een internetdomeinnaam of e-mailadres;
2) betrekking hebben op de diensten of het imago van een advocaat en onafhankelijk, in het bijzonder zonder vergoeding, zijn opgesteld.
3. Informatie over de uitoefening van het beroep omvat ook het gebruik door een advocaat bij de beroepsuitoefening van communicatie die afkomstig is van een externe entiteit, maar wordt gevoerd in naam, ten behoeve of in het belang van de advocaat.
4. Informatie over de uitoefening van het beroep behoort duidelijk als zodanig te zijn aangeduid. Bij twijfel wordt aangenomen dat communicatie informatie over de uitoefening van het beroep vormt door de advocaat op wie zij vanuit het oogpunt van de ontvanger betrekking heeft of kan hebben.
Artikel 32.
1. Informatie over de uitoefening van het beroep is verboden wanneer zij strijdig is met de wet, de goede zeden of de bepalingen van de Code, waaronder wanneer zij:
1) de waardigheid van het beroep aantast;
2) het beroepsgeheim schendt;
3) niet met de werkelijkheid overeenstemt of misleidend is;
4) niet ter zake dienend is, met inbegrip van inhoud of verwijzingen die geen verband houden met de beroepsuitoefening;
5) de beslissingsvrijheid van de cliënt beperkt, in het bijzonder door:
a) zich te beroepen op invloed of relaties,
b) goedgelovigheid of een dwangpositie uit te buiten,
c) vertrouwen te misbruiken,
d) druk uit te oefenen,
e) ongerechtvaardigde verwachtingen te wekken of onmogelijke, onbetrouwbare beloften of garanties te geven;
6) opdringerig is, in het bijzonder door de persoonlijke levenssfeer te schenden, aanhoudend te zijn, op een ongeschikte plaats plaats te vinden of de beslissing om rechtsbijstand te gebruiken te kunnen beïnvloeden;
7) bestaat uit het vergelijken van beroepshandelingen met activiteiten van andere identificeerbare personen of entiteiten.
2. Informatie over de uitoefening van het beroep die lijsten of aanduidingen van cliënten, hun meningen, commentaren, referenties of aanbevelingen omvat, is slechts toegestaan met hun toestemming en voor zover zij de Code niet schendt. Het is evenwel verboden dergelijke informatie te presenteren over strafzaken, fiscaal-strafrechtelijke zaken, overtredingszaken, familie- en voogdijzaken.
3. Wanneer informatie over de uitoefening van het beroep wordt verstrekt:
1) in het kader van samenwerking tussen een advocaat en personen die een gereglementeerd beroep uitoefenen of andere personen, met inbegrip van personen die in opdracht van de advocaat handelen en de personen bedoeld in artikel 31, lid 3, of
2) door een andere persoon in naam, ten behoeve of in het belang van de advocaat, met diens toestemming of medeweten, op diens initiatief of met diens deelname,
waarborgt de advocaat dat die informatie in overeenstemming is met de wet, de goede zeden en de Code.
Artikel 33.
1. Een advocaat mag cliënten werven overeenkomstig de wet, de goede zeden en de Code. Cliëntenwerving mag de in artikel 31, leden 3 en 4, en artikel 32 neergelegde regels niet schenden.
2. Cliëntenwerving is een rechtstreekse of middellijke activiteit die is gericht op het sluiten of wijzigen van een overeenkomst met een identificeerbare of geïdentificeerde persoon of cliënt.
3. Een advocaat mag geen cliënten werven via of met hulp van externe personen of entiteiten door met hen vergoedingen te delen die afkomstig zijn van een aldus geworven cliënt, wanneer zij niet deelnemen aan het verlenen van rechtsbijstand aan die cliënt.
4. In aanbestedingen of prijsvragen mag een advocaat informatie verstrekken over zaken die voor een cliënt zijn behandeld, indien de wet dit vereist en de cliënten daarmee hebben ingestemd.
Artikel 34.
1. Een advocaat mag geen vergoeding of ander voordeel aanvaarden voor het doorverwijzen van een cliënt naar een andere entiteit die rechtsbijstand of daarmee samenhangende diensten verleent.
2. Het in lid 1 bedoelde verbod geldt niet voor een vergoeding of ander voordeel dat is overeengekomen in een overeenkomst voor de overname van een praktijk of een deel daarvan, waaronder de verkoop van een onderneming of een deel van een onderneming, van een advocaat, advocaat of andere persoon met wie een advocaat op grond van de wet gezamenlijk het beroep mag uitoefenen, dan wel van hun erfgenamen.
Artikel 35.
1. Een advocaat mag beroepshandelingen langs elektronische weg verrichten.
2. Bij de verrichting van beroepshandelingen langs elektronische weg:
1) behoort een advocaat steeds ondubbelzinnig identificeerbaar te zijn als afzender of ontvanger die het beroep uitoefent, onder meer door e-mailadressen of andere identificatiemiddelen;
2) mag een advocaat de elektronische weg niet anoniem of tegenover anonieme cliënten of andere ontvangers gebruiken.
Hoofdstuk 4
Vergoeding van de advocaat en vermogensbestanddelen van de cliënt
Artikel 36.
1. De hoogte van de vergoeding van een advocaat of de wijze waarop deze wordt vastgesteld, behoort met de cliënt te worden overeengekomen voordat de advocaat rechtsbijstand begint te verlenen.
2. De vergoeding behoort in het bijzonder te worden vastgesteld met inachtneming van de noodzakelijke tijdsbesteding, de vereiste gespecialiseerde kennis, vaardigheden en passende ervaring, de moeilijkheid en complexiteit van de zaak, het precedent scheppende of ongewone karakter ervan, de plaats en tijd van de dienstverlening, andere bijzondere door de cliënt vereiste voorwaarden, het belang van de zaak voor de cliënt, de aansprakelijkheid die met de behandeling ervan samenhangt, het verlies of de beperking van mogelijkheden om cliënten te werven of beroepshandelingen voor andere cliënten te verrichten, en de aard van de relatie met de cliënt.
3. Een advocaat mag geen overeenkomst sluiten op grond waarvan de cliënt zich verbindt alleen een vergoeding voor de behandeling van een zaak te betalen indien een gunstige uitkomst wordt bereikt, tenzij de wet anders bepaalt. Wel is een vóór de definitieve afdoening van de zaak gesloten overeenkomst toegestaan die voorziet in een aanvullende vergoeding bij een gunstige uitkomst.
4. De vergoeding van een advocaat omvat geen heffingen en kosten. Een advocaat is niet verplicht heffingen en kosten voor de cliënt te dragen en is niet aansprakelijk voor de rechtsgevolgen die uit het niet betalen daarvan kunnen voortvloeien.
5. Een advocaat mag de verrichting van een handeling in een lopende zaak niet opschorten omdat hij de overeengekomen vergoeding of een deel daarvan niet heeft ontvangen. Indien de cliënt niet betaalt, mag de advocaat echter op die grond de overeenkomst en de volmacht opzeggen.
6. Een advocaat mag de vergoeding voor het verlenen van rechtsbijstand niet delen met een persoon of entiteit die niet aan die bijstand heeft deelgenomen. Dit verbod geldt niet voor een vergoeding die wordt gedeeld in het kader van gezamenlijke beroepsuitoefening, met inbegrip van winstdeling binnen een kantoor, of bij gezamenlijke verlening van rechtsbijstand met een andere advocaat of persoon met wie de advocaat op grond van de wet gezamenlijk het beroep mag uitoefenen.
Artikel 37.
1. Geldmiddelen, effecten en andere vermogensbestanddelen van een cliënt die zich in het bezit van een advocaat bevinden, behoren, wanneer storting op een rekening mogelijk is, op passende wijze te worden afgescheiden en gestort op een rekening die gescheiden is van de overige rekeningen van de advocaat. Dit geldt niet voor middelen die aan de advocaat zijn toevertrouwd ter dekking van heffingen en kosten in verband met de zaak.
2. Vervallen.
3. Vervallen.
4. Een advocaat mag zonder toestemming van de cliënt geen middelen die een vergoeding vormen van een afgescheiden rekening naar zijn eigen rekening overboeken. Wanneer de overeenkomst inzake rechtsbijstand ten minste in documentaire vorm is gesloten en de cliënt te laat is met de betaling van de opeisbare vergoeding van de advocaat of een deel daarvan, mag de advocaat zijn vordering verrekenen met de vordering van de cliënt op uitbetaling van middelen waarover de advocaat beschikt.
5. Vervallen.
Hoofdstuk 5
Vrijheid van spreken en schrijven
Artikel 38.
1. Bij de uitoefening van de wettelijke vrijheid van spreken en schrijven in de beroepsuitoefening betracht een advocaat gematigdheid en tact.
2. In beroepsmatige uitlatingen mag een advocaat niet dreigen met strafrechtelijke of tuchtrechtelijke procedures.
3. Een advocaat mag niet bewust onjuiste informatie verstrekken, maar is niet verantwoordelijk voor de juistheid van informatie die hij van de cliënt heeft ontvangen.
4. Een advocaat is verantwoordelijk voor de vorm en inhoud van processtukken en andere documenten die hij in verband met de verleende rechtsbijstand heeft opgesteld.
5. Vervallen.
6. Een advocaat behoort te vermijden dat hij in het openbaar een persoonlijke houding toont tegenover de cliënt, diens naasten en andere deelnemers aan een procedure.
7. Een negatieve houding van de cliënt tegenover de wederpartij mag geen invloed hebben op het gedrag van de advocaat. De advocaat behoort tactvol en zonder vooringenomenheid jegens de wederpartij op te treden, zonder handelingen te verrichten die gericht zijn op escalatie van het conflict.
Artikel 39.
Wanneer een advocaat zich in beroepsmatige openbare uitlatingen uitspreekt over een door hemzelf of door een andere advocaat behandelde zaak, mag hij de waardigheid van het beroep niet aantasten. Hij houdt rekening met het welzijn en de belangen van de cliënt, bewaart gematigdheid, tact en professionele afstand tot de zaak en beperkt informatie over zijn beroepsactiviteiten tot hetgeen noodzakelijk en ter zake dienend is.
Hoofdstuk 6
Gezamenlijke uitoefening van het beroep
Artikel 40.
Een advocaat die het beroep uitoefent in een organisatorische eenheid waarvan de interne voorschriften, procedures of reglementen strijdig zijn met de Code, handelt overeenkomstig de Code.
Artikel 41.
Een advocaat die leiding geeft aan een andere advocaat, in het bijzonder door een andere advocaat in dienst te nemen, een team van advocaten te coördineren of met een andere advocaat samen te werken bij de beroepsuitoefening, mag hun onafhankelijkheid bij de beroepsuitoefening niet aantasten door inhoudelijk in te grijpen in de inhoud van hun juridische standpunt of in hun zelfstandigheid bij de behandeling van een zaak voor een rechter of andere beslissende instantie.
Hoofdstuk 7
Verlening van rechtsbijstand aan een rechtspersoon of andere organisatorische eenheid
Artikel 42.
1. Een advocaat die het beroep uitoefent op grond van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst tot duurzame verlening van rechtsbijstand aan een cliënt die een rechtspersoon is, mag niet:
1) het belang van de cliënt vereenzelvigen met het belang van diens organen, een van die organen of de leden van die organen;
2) het belang van de cliënt vereenzelvigen met het belang van andere entiteiten binnen de kapitaalgroep van de cliënt of met het belang van hun organen of leden van die organen;
3) weigeren juridische adviezen, juridische opinies of toelichtingen over het recht te verstrekken aan enig orgaan van die rechtspersoon, tenzij de overeenkomst met de cliënt anders bepaalt.
2. De overeenkomst met de cliënt of een afzonderlijke verklaring van de cliënt behoort de organen en personen aan te wijzen die bevoegd zijn het juridische standpunt van de advocaat in te winnen en toestemming te geven voor te verrichten beroepshandelingen.
3. Een overeenkomst met een cliënt die tot een kapitaalgroep behoort, kan voorzien in:
1) de verplichting van de advocaat om beroepshandelingen te verrichten voor andere cliënten die tot die groep behoren, mits dit geen inbreuk maakt op de vormen van beroepsuitoefening, de onafhankelijkheid niet beperkt, geen risico op schending van het beroepsgeheim of op een belangenconflict schept en de waardigheid van het beroep niet aantast;
2) de plicht van de advocaat om naast het belang van de cliënt tevens rekening te houden met het belang van de kapitaalgroep waartoe de cliënt behoort.
4. Een juridisch standpunt dat een advocaat op verzoek van een van de organen van de cliënt heeft ingenomen, behoort door de advocaat op verzoek aan de andere organen ter beschikking te worden gesteld, tenzij de overeenkomst met de cliënt anders bepaalt. De overeenkomst kan regelen dat een dergelijk standpunt beschikbaar wordt gesteld aan organen of personen binnen de kapitaalgroep van de cliënt.
5. Bij verschil van mening tussen de organen van de cliënt of leden daarvan mag een advocaat niet optreden als arbiter of als lid van een orgaan dat het geschil beslecht. Dit geldt ook voor de organen van de kapitaalgroep van de cliënt en hun leden. De advocaat behoort zich evenwel in te spannen om het verschil weg te nemen.
6. De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van rechtsbijstand aan een organisatorische eenheid die geen rechtspersoon is.
DEEL IV — RELATIE MET DE CLIËNT
Artikel 43.
1. Een advocaat verricht beroepshandelingen uitsluitend op grond van een met de cliënt gesloten overeenkomst, tenzij de zaak hem krachtens de wet door een gerecht of andere instantie wordt toevertrouwd, of op grond van een overeenkomst met een entiteit die publieke taken verricht op het gebied van kosteloze rechtsbijstand, alsmede in andere bij wet bepaalde gevallen. Wanneer in de bij wet bepaalde gevallen spoedeisende handelingen moeten worden verricht, sluit de advocaat onverwijld een overeenkomst met de cliënt.
2. Wanneer een advocaat zich verbindt rechtsbijstand te verlenen, komt hij vóór de aanvang van beroepshandelingen met de cliënt de omvang van de dienst, de hoogte van de vergoeding of de wijze van berekening daarvan, alsmede de regels voor het dragen van heffingen en kosten overeen.
3. Op verzoek van de cliënt informeert een advocaat de cliënt over zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor schade veroorzaakt bij de uitoefening van het beroep en over het orgaan dat klachten over de beroepsuitoefening in ontvangst neemt.
4. Vervallen.
Artikel 44.
1. Een advocaat informeert de cliënt op de met hem overeengekomen wijze over het verloop en de uitkomst van de zaak, in het bijzonder over de gevolgen van verrichte proceshandelingen, tenzij de cliënt instemt met het achterwege laten van die plicht.
2. Een advocaat verkrijgt de toestemming van de cliënt om een zaak naar een minnelijke regeling te verwijzen of om proceshandelingen te verrichten die bestaan uit het indienen van een vordering, het erkennen van een vordering, het sluiten van een schikking of het intrekken van een vordering.
3. Een advocaat verstrekt de cliënt informatie over het ontbreken van gronden of doelmatigheid voor het instellen van een rechtsmiddel tegen een beslissing die de zaak in een bepaalde aanleg beëindigt, tenzij de wet anders bepaalt.
Artikel 44a.
Wanneer de aard van de zaak dit toelaat, verstrekt een advocaat de cliënt informatie over buitengerechtelijke mogelijkheden om het geschil op te lossen of te regelen, in het bijzonder door mediation en arbitrage.
Artikel 45.
De relatie tussen een advocaat en een cliënt behoort op vertrouwen te berusten. Verlies van vertrouwen kan een grond vormen voor de advocaat om de volmacht en de overeenkomst op te zeggen.
Artikel 46.
Na beëindiging van de rechtsverhouding op grond waarvan een advocaat een zaak heeft behandeld, mag hij op verzoek van de cliënt niet weigeren de van de cliënt ontvangen documenten en de processtukken in de behandelde zaken terug te geven. De advocaat mag de afgifte van die documenten niet afhankelijk stellen van de betaling door de cliënt van verschuldigde bedragen.
Artikel 47.
Wanneer een advocaat afziet van het verlenen van rechtsbijstand, doet hij dit op een tijdstip waarop de cliënt ter bescherming van diens belangen rechtsbijstand van een andere persoon kan verkrijgen. In dat geval verricht de advocaat spoedeisende handelingen waarvan het achterwege laten onherstelbare schade aan de belangen van de cliënt zou toebrengen.
DEEL V — RELATIE MET GERECHTEN EN OVERHEDSINSTANTIES
Artikel 48.
Een advocaat behoort ervoor te zorgen dat zijn gedrag het gezag van het gerecht, de overheidsinstantie of andere instelling waarvoor hij optreedt niet schaadt en dat zijn uitlatingen de waardigheid van de personen die aan de procedure deelnemen niet aantasten.
Artikel 49.
Een advocaat mag in het openbaar geen persoonlijke houding tonen tegenover medewerkers van de rechtspleging, organen en andere instellingen waarvoor hij optreedt.
DEEL VI — RELATIES TUSSEN ADVOCATEN
Artikel 50.
1. Een advocaat toont loyaliteit en collegialiteit jegens leden van het beroepszelfbestuur.
2. Een advocaat onthoudt zich van handelingen die de loyaliteitsplicht schenden jegens een advocaat die met hem in hetzelfde kantoor samenwerkt, ook na beëindiging van die samenwerking.
3. Een advocaat mag geen handelingen verrichten die erop gericht zijn een andere advocaat van werk te beroven of het verlies van een cliënt te veroorzaken, tenzij dit voortvloeit uit wettelijke plichten of een met de Code verenigbare vorm van cliëntenwerving vormt.
Artikel 51.
Een advocaat mag geen contact onderhouden met de wederpartij van de cliënt met voorbijgaan aan diens gemachtigde of raadsman in strafzaken die advocaat is of een persoon met wie een advocaat op grond van de wet gezamenlijk het beroep mag uitoefenen, tenzij die gemachtigde of raadsman daarmee heeft ingestemd.
Artikel 52.
1. Een advocaat mag een lid van het beroepszelfbestuur wijzen op gedrag dat strijdig is met de regels van beroepsethiek.
2. Een advocaat mag een melding betreffende de beroepsuitoefening van een andere advocaat uitsluitend indienen bij het bevoegde orgaan van het beroepszelfbestuur.
3. Wanneer een advocaat tegenover derden negatieve uitlatingen doet of negatieve meningen geeft over de beroepsuitoefening door een andere advocaat, houdt hij rekening met het algemeen belang en de waardigheid van het beroep.
4. Een advocaat die zich uitlaat over een andere advocaat of een oordeel geeft over de beroepsuitoefening door een andere advocaat, hoort voor zover mogelijk de betrokkene en bewaart objectiviteit en zakelijkheid.
Artikel 53.
1. Vóór de aanvang van beroepshandelingen vergewist een advocaat zich bij de cliënt ervan of een andere advocaat in dezelfde zaak al voor de cliënt optreedt of is opgetreden. Indien een andere advocaat optreedt, dan:
1) stelt de advocaat die andere advocaat in kennis van zijn voornemen rechtsbijstand in de zaak te verlenen;
2) bepaalt hij met die advocaat en de cliënt de regels van samenwerking, wanneer dit door het belang van de cliënt wordt gerechtvaardigd of de cliënt dit verwacht;
3) verricht hij geen handelingen die erop zijn gericht het vertrouwen van de cliënt in die advocaat te ondermijnen.
2. Vervallen.
3. In de in lid 1 bedoelde gevallen informeert de huidige of voormalige advocaat die rechtsbijstand aan de cliënt verleent, de advocaat die zich bij de zaak voegt of deze overneemt over wezenlijke omstandigheden van de zaak en verstrekt hij op verzoek van de cliënt onverwijld de daarop betrekking hebbende documenten aan de cliënt.
4. Een advocaat die zich bij een zaak voegt of deze overneemt, informeert de cliënt over de noodzaak de financiële afrekening met de huidige of voormalige advocaat te regelen.
Artikel 54.
Wanneer spoedeisende rechtsbijstand noodzakelijk is, stelt een advocaat na het verlenen daarvan de bestaande gemachtigde of raadsman in strafzaken van de cliënt onverwijld in kennis.
Artikel 55.
Een advocaat die een persoon vertegenwoordigt die een procedure aanhangig maakt tegen een andere advocaat in een aangelegenheid die verband houdt met de beroepsuitoefening, stelt de deken van de raad van de Regionale Kamer van Advocaten waartoe die advocaat behoort, onverwijld in kennis van de aanvaarding van de volmacht en tracht via de deken de zaak minnelijk te regelen.
Artikel 56.
Bij een geschil tussen advocaten dat verband houdt met de beroepsuitoefening trachten zij, voordat zij de zaak aan de rechter voorleggen, na kennisgeving aan en met deelname van de deken van de raad van de Regionale Kamer van Advocaten waartoe een van hen behoort, een minnelijke oplossing te bereiken. De plicht de deken in kennis te stellen rust op de advocaat die het geschil initieert.
Artikel 57.
Advocaten behoren elkaar bijstand en advies te verlenen in aangelegenheden die verband houden met de beroepsuitoefening, mits dit de belangen van de cliënt niet schaadt en de grenzen van hulp uit collegialiteit niet overschrijdt.
Artikel 58.
Een advocaat stelt de gemachtigde of raadsman in strafzaken van de wederpartij in kennis van verrichte of voorgenomen proceshandelingen die zijn gericht op verdaging van een zitting, schorsing van de procedure of wijziging van de volgorde van zaken op de zittingsrol.
Artikel 59.
Vervallen.
DEEL VII — RELATIES VAN DE RECHTSADVISEUR MET HET BEROEPSZELFBESTUUR
Artikel 60.
De uitoefening van het stemrecht en de vervulling van taken in organen van het beroepszelfbestuur is een recht van een lid van dat zelfbestuur.
Artikel 61.
1. Een advocaat toont respect en loyaliteit jegens de organen van het beroepszelfbestuur.
2. Een advocaat leeft de besluiten van de organen van het beroepszelfbestuur na.
Artikel 62.
1. Een advocaat werkt samen met de organen van het beroepszelfbestuur in aangelegenheden die verband houden met de werking en taken daarvan en in aangelegenheden betreffende de beroepsuitoefening en naleving van de Code.
2. Een advocaat die wordt opgeroepen door de deken, de plaatsvervangend deken, de tuchtrechtelijk aanklager of diens plaatsvervanger, de tuchtrechter of de inspecteurs, verschijnt op de aangegeven datum en rechtvaardigt, indien zich een verhindering voordoet, zijn afwezigheid.
3. Een advocaat die door de in lid 2 bedoelde entiteiten wordt opgeroepen om uitleg te geven in zaken die voortvloeien uit de wettelijke taken van het beroepszelfbestuur of uit de bepalingen van de Code, verstrekt die uitleg binnen de aangegeven termijn.
Artikel 63.
1. Bij de vervulling van taken als opleidingsbegeleider betracht een advocaat de nodige zorg om een aspirant-advocaat door het overdragen van kennis en ervaring en het vormen van diens ethische houding naar behoren op het beroep voor te bereiden.
2. Een advocaat handelt jegens een aspirant-advocaat zorgvuldig en eerlijk, overeenkomstig de wet, de regels van beroepsethiek en de goede zeden.
Artikel 64.
1. Het vervullen van taken in het beroepszelfbestuur omvat het lidmaatschap van collegiale organen, het bekleden van functies in die organen, het bekleden van eenpersoonsambten en het verrichten van andere door de organen van het beroepszelfbestuur opgedragen taken.
2. Bij de vervulling van taken in het beroepszelfbestuur laat een advocaat zich leiden door de taken daarvan en het algemeen belang.
3. Een advocaat die taken in het beroepszelfbestuur vervult, verricht deze zorgvuldig en met de grootste zorg, en in het bijzonder:
1) mag hij de vervulling van die taken niet gebruiken ten gunste van zichzelf of van naasten;
2) behoort hij alle leden van het beroepszelfbestuur gelijk te behandelen;
3) behoort hij, binnen de grenzen van zijn taken en mogelijkheden, leden van het beroepszelfbestuur informatie, bijstand en advies te bieden.
4. Een advocaat die zijn taken in het beroepszelfbestuur neerlegt, vermeldt de redenen daarvoor.
5. Een advocaat aan wie bij onherroepelijke beslissing de tuchtrechtelijke straf van schorsing van het recht tot beroepsuitoefening is opgelegd, behoort zich te onthouden van het vervullen van taken in het beroepszelfbestuur.
Artikel 65.
Een advocaat die bij de vervulling van taken in het beroepszelfbestuur informatie heeft verkregen die onder het beroepsgeheim valt of betrekking heeft op de persoonlijke aangelegenheden van een andere advocaat, mag deze uitsluitend gebruiken voor zover de wet dit toestaat of voor de behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taken.
Artikel 66.
Een advocaat betaalt bijdragen en heffingen, geldboeten, kosten van tuchtrechtelijke procedures en andere aan het beroepszelfbestuur verschuldigde bedragen tijdig.
BESLUIT NR. 124/XI/2022 — VAN DE NATIONALE RAAD VAN ADVOCATEN
van 3 december 2022
inzake het Reglement voor de uitoefening van het beroep van advocaat
Gelet op artikel 60, punt 8, onder f), van de wet van 6 juli 1982 inzake advocaten (Staatsblad van 2022, pos. 1166), wordt het volgende vastgesteld:
§ 1.
Het Reglement voor de uitoefening van het beroep van advocaat, in de tekst die als bijlage bij dit besluit is opgenomen, wordt vastgesteld.
§ 2.
Besluit nr. 94/IX/2015 van de Nationale Raad van Advocaten van 13 juni 2015 inzake het Reglement voor de uitoefening van het beroep van advocaat wordt ingetrokken.
§ 3.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023.
Voorzitter van de Nationale Raad van Advocaten
(-) Włodzimierz Chróścik
Vicevoorzitter van de Nationale Raad van Advocaten
(-) Zbigniew Tur
BIJLAGE BIJ BESLUIT NR. 124/XI/2022 — VAN DE NATIONALE RAAD VAN ADVOCATEN
van 3 december 2022
REGLEMENT VOOR DE UITOEFENING VAN HET BEROEP VAN RECHTSADVISEUR
DEEL I — INLEIDENDE BEPALINGEN
§ 1.
1. Het Reglement voor de uitoefening van het beroep van advocaat, hierna „het Reglement” genoemd, bevat de gedetailleerde regels voor de uitoefening van het beroep van advocaat.
2. De bepalingen van het Reglement zijn van overeenkomstige toepassing op een advocaat die het beroep tijdelijk of blijvend in het buitenland uitoefent, onverminderd de regels voor beroepsuitoefening die gelden op de plaats waar het beroep wordt uitgeoefend.
3. De bepalingen van het Reglement zijn van overeenkomstige toepassing op aspirant-advocaten en buitenlandse juristen.
§ 2.
Telkens wanneer in het Reglement wordt gesproken over:
1) de Wet inzake advocaten: de wet van 6 juli 1982 inzake advocaten (Staatsblad van 2022, pos. 1166);
2) de Code: de Ethische Code voor Advocaten die als bijlage is gevoegd bij Besluit nr. 3/2014 van de Buitengewone Nationale Vergadering van Advocaten van 22 november 2014 inzake de Ethische Code voor Advocaten;
3) een buitenlandse jurist: een buitenlandse jurist in de zin van de wet van 5 juli 2002 inzake het verlenen van rechtsbijstand in de Republiek Polen door buitenlandse juristen (Staatsblad van 2020, pos. 823);
4) een cliënt: iedere persoon ten behoeve van wie een advocaat rechtsbijstand verleent;
5) een kantoor: iedere organisatorische en juridische vorm van uitoefening van het beroep van advocaat waarin de Wet inzake advocaten voorziet;
6) een eigen praktijk van een advocaat: een vorm van beroepsuitoefening in eigen naam en voor eigen rekening door een advocaat die een eenmanszaak voert;
7) een vennootschap: een vennootschap die een door de Wet inzake advocaten toegestane vorm van uitoefening van het beroep van advocaat vormt;
8) kantoorruimte delen: het gebruik voor de beroepsuitoefening door een advocaat die op grond van een civielrechtelijke overeenkomst of in een eigen praktijk werkzaam is, van gemeenschappelijke ruimten en uitrusting met een andere advocaat of een persoon met wie de advocaat gezamenlijk het beroep mag uitoefenen, zonder een vennootschap te vormen;
9) kantoorruimte: een ruimte die is bestemd voor de regelmatige bediening van cliënten door een eigen praktijk, een vennootschap of binnen een regeling voor het delen van kantoorruimte;
10) een advocaat die binnen een vennootschap rechtsbijstand verleent: een advocaat die vennoot van die vennootschap is of door haar op grond van een arbeidsovereenkomst of civielrechtelijke overeenkomst in dienst is genomen;
11) een persoon met wie een advocaat gezamenlijk het beroep mag uitoefenen: een persoon die krachtens de Wet inzake advocaten vennoot mag zijn in een vennootschap waarin een advocaat het beroep uitoefent;
12) een plaatsvervangend advocaat: de in artikel 21, lid 2, van de Wet inzake advocaten bedoelde plaatsvervangend advocaat;
13) het verlenen van kosteloze rechtsbijstand: het verlenen door een advocaat van kosteloze rechtsbijstand in de zin van de wet van 5 augustus 2016 inzake kosteloze rechtsbijstand, kosteloos burgeradvies en rechtseducatie (Staatsblad van 2021, pos. 945).
DEEL II — GEDETAILLEERDE REGELS INZAKE BEROEPSGEHEIM EN BELANGENCONFLICTEN
Hoofdstuk 1
Beroepsgeheim
§ 3.
Een advocaat beschermt informatie die onder het beroepsgeheim valt op een wijze die passend is gelet op de aard, het soort en de omvang van zijn activiteiten, de omgeving, het soort informatie dat beroepsgeheim vormt en het risico dat zij wordt onthuld (risicofactoren).
§ 4.
1. Een advocaat behoort te zorgen voor passende voorwaarden voor de opslag van documenten die informatie bevatten die onder het beroepsgeheim valt.
2. Documenten die informatie bevatten die onder het beroepsgeheim valt, worden bewaard op een wijze die bescherming biedt tegen verlies, vernietiging, vervorming, wijziging of verdwijning. Elektronisch opgeslagen documenten behoren te zijn onderworpen aan passende toegangscontrole en beveiliging van het systeem tegen storingen, onbevoegde toegang of gegevensverlies. Een advocaat behoort de toegang van samenwerkende personen tot dergelijke documenten te controleren.
3. De wijze waarop documenten die betrekking hebben op de verlening van rechtsbijstand na afloop daarvan worden behandeld, behoort met de cliënt te worden overeengekomen, waarbij de advocaat kopieën mag bewaren. De bewaartermijn mag niet korter zijn dan de verjaringstermijnen voor mogelijke civielrechtelijke vorderingen die voortvloeien uit de aansprakelijkheid van de advocaat voor het verlenen van rechtsbijstand, de verjaringstermijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid en de in artikel 70 van de Wet inzake advocaten bedoelde verjaringstermijn voor tuchtrechtelijke aansprakelijkheid, tenzij de wet anders bepaalt. Op documenten die archiefmateriaal vormen dat deel uitmaakt van het nationale archiefbestand zijn afzonderlijke bepalingen van toepassing.
§ 5.
De toegang tot informatie die beroepsgeheim vormt, behoort beperkt te blijven tot personen die rechtsbijstand verlenen of met de advocaat samenwerken bij de verlening daarvan. Alvorens personen die met een advocaat samenwerken toestemming te geven handelingen te verrichten die verband houden met het verlenen van rechtsbijstand, behoort de advocaat van hen schriftelijk, of in een bijzonder geval in documentaire vorm, een verbintenis te verkrijgen tot geheimhouding van alle informatie waarvan zij kennis nemen in verband met de verrichting van die handelingen, tenzij de wet hun een geheimhoudingsplicht oplegt die overeenkomt met het beroepsgeheim van de advocaat. De verbintenis kan worden afgelegd met gebruikmaking van het als bijlage bij het Reglement gevoegde model.
Hoofdstuk 2
Belangenconflict
§ 6.
1. Een advocaat die het beroep buiten een dienstverband uitoefent, houdt een cliëntenregister bij ten behoeve van controles op belangenconflicten.
2. Wanneer een advocaat het beroep gezamenlijk met andere personen uitoefent, kan één cliëntenregister worden bijgehouden. Het register is beschikbaar voor alle personen die het beroep gezamenlijk uitoefenen.
§ 7.
1. Indien een advocaat voornemens is een belangenconflict te beheersen door middel van de in artikel 26a, lid 2, van de Code bedoelde technische en organisatorische maatregelen, stelt hij schriftelijk een beleid inzake informatiebarrières op en voert dit in. Dat beleid omvat ten minste de volgende regels en past deze aan aan de aard en voorwaarden van de verleende rechtsbijstand:
1) het nagaan of de advocaat vóór de aanvang van het verlenen van rechtsbijstand aan een door een belangenconflict getroffen cliënt toegang had tot informatie die onder het beroepsgeheim valt of die deze cliënt een ongerechtvaardigd voordeel ten opzichte van een andere entiteit in een belangenconflictsituatie zou geven;
2) het waarborgen dat de advocaat tijdens het verlenen van rechtsbijstand aan een door een belangenconflict getroffen cliënt geen toegang heeft tot de in punt 1 bedoelde informatie;
3) het waarborgen dat de advocaat tijdens het verlenen van rechtsbijstand aan een door een belangenconflict getroffen cliënt in die aangelegenheden geen contact opneemt met bij het kantoor werkzame of daarmee samenwerkende personen die kennis hebben genomen van of toegang hebben tot de in punt 1 bedoelde informatie;
4) het waarborgen dat de advocaat tijdens het verlenen van rechtsbijstand aan een door een belangenconflict getroffen cliënt geen gebruik maakt van de bijstand van of niet samenwerkt met personen die kennis hebben genomen van of toegang hebben tot de in punt 1 bedoelde informatie.
2. De in lid 1 bedoelde regels kunnen in het bijzonder worden uitgevoerd door:
1) de advocaat de toegang te ontzeggen tot documenten die de in lid 1, punt 1, bedoelde informatie bevatten;
2) de toegang van de advocaat tot de informatiesystemen van het kantoor te beperken voor zover die toegang de advocaat in staat zou stellen kennis te nemen van de in lid 1, punt 1, bedoelde informatie;
3) de advocaat uitsluitend rechtsbijstand te laten verlenen op een andere locatie dan de hoofdvestiging van het kantoor;
4) de in de punten 1 tot en met 3 bedoelde maatregelen uit te breiden tot personen van wier bijstand de advocaat gebruikmaakt of met wie hij samenwerkt, in het bijzonder het kantoorpersoneel.
§ 8.
In het in artikel 25, lid 1, van de Code bedoelde geval bestaat de duidelijke scheiding van een toelaatbare activiteit van een advocaat die niet het verlenen van rechtsbijstand is of daarmee niet rechtstreeks samenhangt, in het bijzonder de in artikel 25, lid 3, van de Code bedoelde beroeps- of bedrijfsactiviteit, uit:
1) het scheiden van de organisatorische structuur van die activiteit van de organisatorische structuur die bestemd is voor het verlenen van rechtsbijstand; en
2) functionele scheiding, bestaande uit het afscheiden van alle middelen, met inbegrip van financiële middelen, die voor andere activiteiten worden gebruikt, van de middelen die voor het verlenen van rechtsbijstand worden gebruikt; en
3) administratieve scheiding die een registratie waarborgt van gebeurtenissen waarmee financiële middelen voor andere activiteiten kunnen worden gescheiden van financiële middelen die verband houden met het verlenen van rechtsbijstand; en
4) informatiescheiding die een duidelijke identificatie waarborgt van de activiteit in het kader waarvan de advocaat in de betrokken omstandigheden handelt.
DEEL III — GEDETAILLEERDE REGELS INZAKE VORMEN VAN BEROEPSUITOEFENING EN BEROEPSMATIGE SAMENWERKING
Hoofdstuk 1
Arbeidsverhouding en civielrechtelijke overeenkomst
§ 9.
1. Een advocaat mag geen arbeidsovereenkomst of civielrechtelijke overeenkomst sluiten die zijn onafhankelijkheid beperkt, het beroepsgeheim schendt of dreigt te schenden, een belangenconflict veroorzaakt of de waardigheid van het beroep aantast.
2. Wanneer de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep in een dienstverband of op basis van een civielrechtelijke overeenkomst niet in overeenstemming zijn met de wet, de Code of het Reglement, of de uitvoering van beroepshandelingen en plichten bemoeilijken, stelt de advocaat de werkgever of opdrachtgever daarvan in kennis.
§ 10.
1. Een advocaat die de rechtsbijstand coördineert, mag de zelfstandigheid van advocaten bij het verlenen van rechtsbijstand niet aantasten.
2. Een advocaat die rechtsbijstand coördineert, behoort in het bijzonder:
1) met samenwerkende advocaten een systeem voor de toewijzing van zaken overeen te komen en te zorgen voor de toewijzing van beroepstaken overeenkomstig die afspraken;
2) te zorgen voor een passende verdeling van de werktijd van advocaten, rekening houdend met de behoeften van de organisatorische eenheid en de bepalingen van de Wet inzake advocaten;
3) te zorgen voor de opstelling van een vakantieplan, rekening houdend met de behoeften van de advocaten en de organisatorische eenheid.
Hoofdstuk 2
Eigen praktijk en vennootschap van een advocaat
§ 11.
Een vennootschap en een advocaat die binnen die vennootschap rechtsbijstand verleent, behoren de regels voor de verlening van rechtsbijstand overeen te komen.
§ 12.
In vennootschappen waarin praktijken bestaan die gespecialiseerd zijn in bepaalde rechtsgebieden, mag een advocaat aan wie het beheer van een bepaalde praktijk is toevertrouwd:
1) interne regels vaststellen voor het verlenen van rechtsbijstand binnen die praktijk;
2) van personen die tot die praktijk behoren verlangen dat zij vooraf beroepshandelingen met hem bespreken, met inachtneming van artikel 41 van de Code.
DEEL IV — GEDETAILLEERDE REGELS INZAKE KANTOORRUIMTEN
§ 13.
Kantoorruimten behoren voorwaarden te bieden voor een behoorlijke beroepsuitoefening, in het bijzonder voor de naleving en bescherming van het beroepsgeheim, en dienen te voldoen aan de eisen van de waardigheid van het beroep en van het Reglement.
§ 14.
1. De aanduiding van een kantoorruimte behoort de handelsnaam of naam van de eigen praktijk of vennootschap van de advocaat te bevatten, samen met de aanduiding van de vorm van beroepsuitoefening en een vermelding van het beroep of de beroepen die in de praktijk of vennootschap worden uitgeoefend. De aanduiding kan tevens de voor- en achternamen van advocaten, door hen behaalde academische graden, een academische of beroepstitel, een logo of andere kenmerken die de praktijk of vennootschap onderscheiden of individualiseren, alsmede aanduidingen in een vreemde taal bevatten.
2. Advocaten die in specifieke zaken samenwerken bij het verlenen van rechtsbijstand zonder een vennootschap te vormen, of die deelnemen aan een regeling voor het delen van kantoorruimte, mogen niet misleiden over hun beroepsuitoefening, in het bijzonder bij de aanduiding van de vorm waarin deze wordt uitgeoefend, de aanduiding van de ruimten binnen de regeling voor het delen van kantoorruimte, het verstrekken van informatie over de beroepsuitoefening, het werven van cliënten of het verrichten van beroepshandelingen.
DEEL V
GEDETAILLEERDE REGELS INZAKE INFORMATIE OVER DE BEROEPSUITOEFENING EN DEELNAME AAN RANGLIJSTEN VAN BEROEPSACTIVITEIT
Hoofdstuk 1
Informatie over de uitoefening van het beroep
§ 15.
Informatie over de uitoefening van het beroep kan in het bijzonder omvatten:
1) voor- en achternaam, met inbegrip van een foto; beroepsbiografie; gevoerde beroepstitels, waaronder titels die tot uitoefening van een ander beroep van openbaar vertrouwen bevoegd maken; academische graden en academische titel; kwalificaties; beroepservaring en vaardigheden die voortvloeien uit eerdere beroepsuitoefening, vervulde functies en beklede posities; het vermogen rechtsbijstand in vreemde talen te verlenen; voorkeursgebieden van beroepsuitoefening; de datum waarop de praktijk of vennootschap met haar activiteiten is begonnen; een lijst van publicaties die verband houden met het beroep; en titels of onderscheidingen die verband houden met de beroepsuitoefening;
2) het logo van de Nationale Kamer van Advocaten; de juridische vorm van beroepsuitoefening, samen met een aanduiding die de zetel en het adres van de praktijk individualiseert; contactvormen met de cliënt, met inbegrip van elektronische communicatie; regels voor het verlenen van rechtsbijstand; regels voor de vaststelling van de vergoeding, met inbegrip van de vorm of hoogte daarvan; de namen van vennoten en de door hen in de praktijk uitgeoefende beroepen; identificatie van personen of vennootschappen met wie de advocaat duurzaam samenwerkt, met inbegrip van personen die diensten verlenen die met rechtsbijstand verband houden; en de hoogte van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor schade die bij de verrichting van beroepshandelingen is veroorzaakt;
3) informatie over andere door de advocaat verrichte activiteiten die rechtstreeks met rechtsbijstand samenhangen of daaraan als hoofdprestatie ondergeschikt zijn;
4) informatie die nuttig is voor het creëren, behouden en vergroten van vertrouwen en een goede relatie met de cliënt, alsmede voor een positief imago van de advocaat, waaronder in het bijzonder informatie over de missie, strategie en het profiel van de praktijk, de regels voor samenwerking met de cliënt, de regels en procedure voor het indienen van klachten of vorderingen en de voorzieningen voor de cliënt;
5) informatie over deelname aan ranglijsten van beroepsactiviteit en behaalde posities, wanneer de ranglijsten overeenkomstig het Reglement worden uitgevoerd;
6) informatie over de financiële resultaten van de praktijk, indien deze de financiële situatie van de praktijk eerlijk en duidelijk weergeeft en is berekend op basis van deugdelijk gevoerde financiële administratie.
§ 16.
Bij het verstrekken van informatie over de uitoefening van het beroep:
1) geeft een advocaat duidelijk, ondubbelzinnig en begrijpelijk aan dat het gaat om communicatie als bedoeld in artikel 31, lid 2, van de Code, met inbegrip van een duidelijke en begrijpelijke vermelding van de vorm van promotie die zij vormt;
2) waarborgt hij dat de informatie gemakkelijk herkenbaar en te onderscheiden is van inhoud van een andere aard.
Hoofdstuk 2
Ranglijsten van beroepsactiviteit
§ 17.
Een advocaat of kantoor mag deelnemen aan een ranglijst van beroepsactiviteit die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoet:
1) de voorwaarden voor deelname aan de ranglijst mogen niet strijdig zijn met de regels voor beroepsuitoefening of de Code;
2) de organisator van de ranglijst heeft publiekelijk bekendgemaakt:
a) de instelling van de ranglijst,
b) de voorwaarden voor deelname,
c) de criteria voor de indeling van deelnemers;
3) iedere entiteit die aan de bekendgemaakte voorwaarden voldoet, heeft het recht aan de ranglijst deel te nemen;
4) de definities in de voorwaarden voor deelname en de criteria voor de indeling zijn ondubbelzinnig geformuleerd en misleiden noch deelnemers noch personen die kennisnemen van de resultaten;
5) de organisator heeft het recht de door deelnemers verstrekte gegevens zelfstandig te verifiëren, met inachtneming van de eisen van vertrouwelijkheid.
§ 18.
1. Naast de in § 17 bedoelde voorwaarden behoort een ranglijst van beroepsactiviteit aan de volgende criteria te voldoen:
1) een ranglijst die is gebaseerd op het aantal juristen mag uitsluitend rekening houden met juristen die rechtsbijstand binnen het kantoor verlenen, waaronder advocaten en advocaten, buitenlandse juristen, juristen die beroepen uitoefenen die gezamenlijk met de juristen van het kantoor kunnen worden uitgeoefend, juristen die duurzaam met het kantoor in de Republiek Polen samenwerken en houders van diploma's in de rechtsgeleerdheid, met uitsluiting van juristen die incidenteel samenwerken of het grootste deel van hun inkomen ontvangen uit het verlenen van rechtsbijstand buiten het kantoor;
2) een ranglijst die is gebaseerd op de bestaande bevoegdheden om rechtsbijstand te verlenen, behoort alle groepen juristen die bevoegd zijn juridische diensten te verlenen te onderscheiden, te weten advocaten, advocaten, aspiranten, houders van diploma's in de rechtsgeleerdheid die geen lid van het beroepszelfbestuur zijn, buitenlandse juristen en juristen die andere beroepen uitoefenen die gezamenlijk met juristen kunnen worden uitgeoefend, met vermelding van hun beroepstitel;
3) een ranglijst die is gebaseerd op opbrengsten, winst of financiële resultaten behoort gedetailleerde, uniforme criteria te bevatten die door de organisator zijn vastgesteld en bekendgemaakt om de vergelijkbaarheid van die informatie te waarborgen;
4) een ranglijst die is gebaseerd op toelaatbare informatie over cliënten behoort criteria te bevatten die door de organisator zijn vastgesteld en bekendgemaakt en die het mogelijk maken zogenoemde eenmalige en incidentele cliënten uit te sluiten, terwijl deelname aan de ranglijst plaatsvindt met voorafgaande toestemming van de cliënt als bedoeld in artikel 5, punt 9, van de Code.
2. De in lid 1 genoemde criteria zijn van overeenkomstige toepassing op ranglijsten die daar niet zijn vermeld.
DEEL VI — GEDETAILLEERDE REGELS VOOR HET HANDELEN JEGENS DE CLIËNT
Hoofdstuk 1
Overeenkomst met de cliënt
§ 19.
1. Een met een cliënt gesloten overeenkomst inzake de verlening van rechtsbijstand behoort in het bijzonder de omvang van de rechtsbijstand, de hoogte van de vergoeding of de wijze waarop deze wordt vastgesteld, de regels voor het dragen van heffingen en kosten en de regels voor communicatie met de cliënt te bepalen.
2. Het doel of gevolg van een overeenkomst inzake de verlening van rechtsbijstand mag niet zijn:
1) de uitsluiting van de vrijheid van de cliënt om een advocaat of een persoon die andere diensten aan de cliënt verleent, te kiezen;
2) beperking door derden van de beslissingsvrijheid van de cliënt, in het bijzonder in de relatie tussen de advocaat en de cliënt;
3) beperking van de onafhankelijkheid van de advocaat, schending van het beroepsgeheim, het ontstaan van een belangenconflict of aantasting van de waardigheid van het beroep;
4) schending van eerlijkheid of professionele zorgvuldigheid.
3. Een advocaat mag met een cliënt een overeenkomst sluiten inzake de verlening van rechtsbijstand zonder vergoeding of tegen een niet-geldelijke vergoeding, mits dit niet in strijd is met de wet, de Code of het Reglement. De advocaat mag echter niet van de cliënt, als vergoeding, de in artikel 32, lid 2, van de Code bedoelde toestemming verlangen.
4. Lid 1 laat bepalingen onverlet die betrekking hebben op de wettelijke toevertrouwing van rechtsbijstand, het verlenen van kosteloze rechtsbijstand, of de verlening van rechtsbijstand in het kader van een arbeids- of dienstverhouding, de aanstelling van een plaatsvervangend advocaat of het Reglement inzake een arbeidsverhouding of civielrechtelijke overeenkomst.
Hoofdstuk 2
Vermogensbestanddelen van de cliënt
§ 20.
Een advocaat die in verband met het verlenen van rechtsbijstand vermogensbestanddelen van een cliënt in bezit krijgt, beschikt daarover overeenkomstig de met de cliënt gemaakte afspraken.
§ 21.
1. Op verzoek van de cliënt behoort een advocaat de cliënt te informeren over de plaats van bewaring en de wijze waarop vermogensbestanddelen van de cliënt worden beveiligd.
2. Een advocaat mag één afgescheiden rekening aanhouden voor de financiële middelen van alle cliënten, tenzij de overeenkomst met een cliënt anders bepaalt.
3. Iedere transactie met vermogensbestanddelen van een cliënt, met inbegrip van een transactie tussen de advocaat en de cliënt, moet worden geregistreerd en gedocumenteerd.
§ 22.
1. In verband met het verlenen van rechtsbijstand mag een advocaat vermogensbestanddelen van een cliënt bewaren indien hij beschikt over passende voorwaarden en beveiligingsmaatregelen voor de bewaring ervan.
2. Op verzoek van de cliënt geeft een advocaat de bewaarde vermogensbestanddelen van de cliënt onmiddellijk af of uiterlijk op een door de cliënt aanvaarde datum.
DEEL VII
GEDETAILLEERDE REGELS INZAKE DOOR DE RECHTER TOEGEWEZEN ZAKEN EN HET VERLENEN VAN KOSTELOZE RECHTSBIJSTAND
§ 23.
Na zijn aanwijzing voor de behandeling van een door de rechter toegewezen zaak behoort een advocaat onverwijld:
1) het procesdossier te bestuderen, in het bijzonder om vast te stellen of er procestermijnen lopen en of er omstandigheden bestaan die een verzoek om ontheffing van de plicht de zaak te behandelen rechtvaardigen;
2) de persoon voor wie hij als door de rechter aangewezen gemachtigde of raadsman in strafzaken is benoemd in kennis te stellen, onder vermelding van zijn contactgegevens.
§ 24.
1. Indien omstandigheden ontstaan die ontheffing van de plicht tot het verlenen van door de rechter toegewezen rechtsbijstand rechtvaardigen, behoort een advocaat onmiddellijk bij de bevoegde instantie om ontheffing te verzoeken en tegelijkertijd de persoon voor wie hij is aangewezen daarvan in kennis te stellen, met de vermelding dat hij tot aan de ontheffing spoedeisende handelingen in de zaak zal verrichten.
2. Een advocaat die ontheffing verzoekt van de plicht tot het verlenen van door de rechter toegewezen rechtsbijstand, verricht spoedeisende proceshandelingen en draagt, indien hij wordt ontheven, de documenten en informatie die verband houden met de zaak over aan een andere aangewezen advocaat.
§ 25.
Wanneer de persoon voor wie een advocaat als door de rechter aangewezen gemachtigde of raadsman in strafzaken is benoemd, de volmacht van de advocaat om de zaak te behandelen of de bevoegdheid om de verdediging te voeren intrekt, stelt de advocaat het gerecht en het aanwijzende orgaan daarvan onverwijld in kennis.
§ 26.
Wanneer bepalingen van een overeenkomst inzake het verlenen van kosteloze rechtsbijstand strijdig zijn met de Wet inzake advocaten, de Code, het Reglement of andere bepalingen van het zelfbestuur van advocaten, handelt de advocaat overeenkomstig die bepalingen.
DEEL VIII — GEDETAILLEERDE REGELS VOOR DE VERVULLING VAN DE TAKEN VAN EEN PLAATSVERVANGEND RECHTSADVISEUR
§ 27.
1. Na zijn aanstelling neemt een plaatsvervangend advocaat maatregelen om de zaken van de cliënten van de advocaat die hij vervangt tijdelijk veilig te stellen, in het bijzonder:
1) de stand van de zaken vast te stellen, waaronder het verzamelen, beoordelen, veiligstellen en aan cliënten verstrekken van de documenten in behandelde zaken;
2) de nodige kennisgevingen te doen van de aanstelling van de plaatsvervangend advocaat en de reden daarvoor, alsmede van het verlies door de vervangen advocaat van de mogelijkheid om beroepshandelingen te verrichten;
3) de nodige verzoeken in te dienen om te waarborgen dat met deze omstandigheid rekening wordt gehouden in lopende procedures.
2. Andere handelingen door de plaatsvervangend advocaat in naam van de vertegenwoordigde persoon mogen uitsluitend worden verricht met diens toestemming en na het sluiten met die persoon van een overeenkomst inzake de verlening van rechtsbijstand. Anders zegt de plaatsvervangend advocaat de op grond van het besluit tot aanstelling verleende volmacht voor de verdere behandeling van de zaak op.
3. Wanneer in een bepaalde zaak spoedeisende proceshandelingen in het kader van procesvertegenwoordiging moeten worden verricht in de bij wet bepaalde gevallen, met inbegrip van verplichte procesvertegenwoordiging, en het niet verrichten daarvan de vertegenwoordigde persoon onherstelbare schade zou berokkenen, verricht de plaatsvervangend advocaat die handelingen. Dit geldt echter niet voor zaken waarvan de plaatsvervangend advocaat geen kennis had, zaken waarin de vertegenwoordigde persoon niet reageert op pogingen tot contact, of gevallen waarin de vertegenwoordigde persoon geen toestemming heeft gegeven of geen overeenkomst inzake de verlening van rechtsbijstand met de plaatsvervangend advocaat heeft gesloten. In de in de vorige zin bedoelde gevallen mag de plaatsvervangend advocaat de op grond van het besluit tot aanstelling verleende volmacht voor de verdere behandeling van de zaak opzeggen.
4. Een advocaat voor wie de deken van een Regionale Kamer van Advocaten een ambtshalve plaatsvervanger heeft aangewezen, verstrekt de plaatsvervanger informatie over de zaken die voor de vertegenwoordigde persoon zijn behandeld en werkt met de plaatsvervanger samen volgens de regels van de Code inzake de toetreding van een andere advocaat tot een zaak of de overname daarvan, tenzij de aanwijzing is geschied om redenen die dit onmogelijk maken.
BIJLAGE BIJ HET REGLEMENT VOOR DE UITOEFENING VAN HET BEROEP VAN RECHTSADVISEUR
MODEL — VERBINTENIS
Ik, ondergetekende, ................................, verbind mij ertoe om zonder tijdsbeperking de verplichting na te leven alle informatie geheim te houden waarvan ik kennis heb genomen in verband met de verrichting van activiteiten die samenhangen met de verlening van rechtsbijstand door ................................ (advocaat/kantoor). Ik verklaar dat ik ben geïnstrueerd over de juridische aansprakelijkheid die voortvloeit uit schending van de hiervoor bedoelde plicht en dat ik mij bewust ben van de rechtsgevolgen van dergelijk handelen.
REDACTIONELE OPMERKING
De bronpublicatie bevat voetnoten waarin de geschiedenis van de vaststelling, wijziging en intrekking van afzonderlijke bepalingen wordt gedocumenteerd. De hierboven opgenomen tekst is de vertaling van de geldende geconsolideerde tekst van de Code en van het volledige Reglement, met inbegrip van alle artikel- en paragraafnummering. Herhaalde paginakoppen en redactionele voetnootmarkeringen zijn niet overgenomen.
Polen kent twee juridische beroepen — radca prawny en adwokat — die tegenwoordig in wezen dezelfde reeks juridische diensten verlenen. Er is geen enkele Nederlandse term die zowel getrouw als voor buitenlandse cliënten begrijpelijk is. „Radca prawny” kan worden weergegeven als advocaat, rechtsadviseur of juridisch adviseur; „adwokat” als advocaat. Op deze website wordt het beroep aangeduid als „advocaat”. De Poolse oorspronkelijke tekst is doorslaggevend.
Dit beroep mag worden uitgeoefend in Polen en, op grond van EU-regels, in heel Europa onder de oorspronkelijke Poolse beroepstitels (radca prawny / adwokat). De hier gebruikte anderstalige termen zijn slechts vertalingen; zij betekenen geen toelating tot, of bevoegdheden verleend door, een andere dan de Poolse balie (OIRP).